Keuring- en predikatenreglement

KEURINGS- EN PREDIKATENREGLEMENT EASP

ALGEMEEN

ARTIKEL 1 a. Het fokprogramma omvat alle indikatoren, die van toepassing zijn om de fokkerijvoortgang in de verschillende fokrichtingen te realiseren en te meten. Hiertoe behoren in het bijzonder een exterieurbeoordeling, verrichtingsonderzoeken, fokwaardeschattingen (FW), sport- en prestatiegegevens (PW) alsmede een onderlinge selectie. Bij de fokwaardeschatting en prestatiewaarde kunnen naast de gegevens van de eigen populatie ook die van andere stamboeken worden betrokken. b. Voor elk van de fokrichtingen, ERS en EPS, is een hengstenselectieprocedure vastgelegd. Voor het fok-, keurings-, prestatie-, en predikatenprogramma komen in aanmerking alle ERS en EPS ingeschreven paarden en pony’s, de erkende en aangewezen hengsten alsmede de registerpaarden- en pony´s die als zodanig staan in geschreven. c. Bij de keuringen kan bijstand worden verleend door een dierenarts of andere deskundigen. d. Het AB benoemt op voordracht van de regionale afdelingen en de foktechnische commissies de juryleden. De benoeming tot jurylid geldt voor een periode van vier jaar. Zij kunnen terstond worden herbenoemd.

BEOORDELING

ARTIKEL 2 Alle ingeschreven paarden en pony´s worden overeenkomstig Artikel 12 van het Stamboekreglement uniform beoordeeld op de volgende onderdelen: a. Type b. Model c. Correctheid van bouw en bewegingen d. Stap e. Draf f. Galop g. Vrijspringen (voor het eerst goed te keuren hengsten) De exterieurbeoordelingen vinden in de regel plaats op regionale keuringen, centrale keuringen, hengstenkeuringen etc. om een onderlinge vergelijking mogelijk te maken.

WAARDERING

ARTIKEL 3 De punten voor de exterieurbeoordeling zullen door de keuringscommissie onafhankelijk van elkaar en als volgt worden gegeven: 10 = uitmuntend 5 = matig 9 = zeer goed 4 = onvoldoende 8 = goed 3 = redelijk slecht
7 = redelijk goed 2 = slecht 6 = voldoende 1 = zeer slecht 0 = niet beoordeeld / niet te beoordelen In geval de scoring als een gemiddeld cijfer wordt berekend dan wordt tot een decimaal achter komma gerekend.

HENGSTENSELECTIEPROCEDURE

ARTIKEL 4 1. ERS (Europees rijpaard met Shagya/Arabisch/Engels volbloed) Om als hengst te worden gekeurd en in het stamboek te worden ingeschreven dient de hengst te voldoen aan de volgende criteria: a. De moeder dient in het stamboek te zijn opgenomen met een minimum scoring van 40 punten. b. Indien de moeder afkomstig is van een ander (erkend) stamboek zal aanvullende en relevante informatie worden opgevraagd. c. In de 3e generatie (de hengst zelf niet meegerekend) dient een der voorouders een ShA, ox, AA, of xx te zijn. Wanneer in de 3e generatie een van de 8 voorouders een xx is (en de betreffende hengst dus 12.5% xx voert) geldt de aanvullende voorwaarde dat elders in de pedigree nog aantoonbaar ShA of ox voorkomt, zodat het totaal uitkomt op minimaal 12.5% AngloArabisch bloed. d. Op advies van en gemotiveerd door de foktechnische commissie kan van 1c worden afgeweken. e. Het verrichtingsonderzoek met goed gevolg te hebben afgelegd. f. Een stokmaat van op driejarige leeftijd van tenminste 160cm en op vierjarige leeftijd 163cm. 2. EPS (Europese pony met Shagya/Arabisch bloed) categorie D stokmaat t/m 148cm. Om als hengst te worden gekeurd en in het stamboek te worden ingeschreven, dient de hengst te voldoen aan de volgende criteria: a. De moeder dient in het stamboek te zijn opgenomen met een minimum scoring van 40 punten. b. Indien de moeder afkomstig is van een ander (erkend) stamboek zal aanvullende en relevante informatie worden opgevraagd. c. Aantoonbaar 25% ShA/ox bloed voert. d. Indien een der ouders c.q. grootouders in de pedigree een rijpaard is dan dient dit paard tenminste 12.5% ShA/ox te voeren. De produkten van deze hengsten dienen te voldoen aan de voorwaarden onder art. 4.1 van het Stamboekreglement. e. Een der ouders moet een rijpony categorie D zijn. f. Het verrichtingsonderzoek met goed gevolg te hebben afgelegd. g. Een stokmaat van niet meer dan 148cm.-3- 3. EPS (Europese pony met Shagya/Arabisch/Anglo-Arabisch bloed) categorie E stokmaat 148.1cm t/m 156.9cm. Om als hengst te worden gekeurd en in het stamboek te worden ingeschreven, dient de hengst te voldoen aan de volgende criteria: a. De moeder dient in het stamboek te zijn opgenomen met een minimum scoring van 40 punten. b. Indien de moeder afkomstig is van een ander (erkend) stamboek zal aanvullende en relevante informatie worden opgevraagd. c. Aantoonbaar 12.5% ShA/ox bloed voert. d. Een der ouders moet een rijpony categorie D of E zijn.
e. Op advies van en gemotiveerd door de foktechnische commissie kan van 4d worden afgeweken. f. Het verrichtingsonderzoek met goed gevolg te hebben afgelegd. g. Een stokmaat van 148.1cm en niet meer dan 156.9cm.

DE KEURING VAN HENGSTEN

ARTIKEL 5 1. De minimum leeftijd van een hengst om voor goedkeuring in aanmerking te komen bedraagt 2.5 jaar. 2. Naast de exterieurkeuring zullen de aangeboden hengsten in stap en draf beoordeeld worden op de harde bodem en het vrijspringen van niet meer dan drie opeenvolgende hindernissen. 3. Bij de beoordeling zal voorts rekening gehouden worden met de afstamming, de eigen verrichtingen, het karakter en zo mogelijk met de kwaliteit en sportprestaties van afstammelingen of verwanten. 4. Van hengsten van 4 jaar en ouder kan worden verlangd om onder het zadel dressuurmatig (met bijzondere aandacht voor de drie basisgangen) en springen (een lijntje van niet meer dan drie opeenvolgende hindernissen) te worden gepresenteerd. 5. Voor het eerst te keuren hengsten dienen een veterinair onderzoek te ondergaan, waarbij tevens een onderzoek wordt ingesteld naar erfelijke gebreken. 6. Indien noodzakelijk en zulks ter beoordeling van het AB kan eerst een voorselectie worden gehouden. 7. De voor het eerst te keuren/erkennen hengsten worden per leeftijdsgroep ingedeeld. 8. De keuringsbeslissing wordt als volgt weergegeven: – goedgekeurd / erkend – niet goedgekeurd 9. Om voor de kwalificatie „goedgekeurd“ of „erkend“ in aanmerking te komen, dient tenminste een totaal gemiddelde scoring van 7.0 behaald te worden, waarbij geen van de respectieve onderdelen lager dan een vijf mag zijn. 10. Aan niet goedgekeurde hengsten met een gemiddelde scoring van minimaal 6.5 wordt het sterpredikaat verleend. 11. De keuringsbeslissing wordt publiekelijk met toelichting op de keuring bekend gemaakt. 12. Van voor het eerst goedgekeurde hengsten dient het DNA-patroon te worden vastgesteld. Het AB is bevoegd om in uitzonderingsgevallen hiervan af te wijken. 13. Op het inschrijvingsbewijs en de digitale stamkaart van de betrokken hengst wordt aangetekend in welk jaar de hengst goedgekeurd dan wel erkend is. -4- 14. De aanwijzing van hengsten, die geregistreerd en goedgekeurd zijn bij andere stamboeken geschiedt op advies van de foktechnische commissies door de hengstenkeuringscommissie. 15. Dekkingen dienen geregistreerd te worden in door het EASP verstrekte dekboeken. 16. Alle veulens van de goedgekeurde, erkende en aangewezen hengsten worden op basis van het geboortebericht aan de voet bij de merrie gecontroleerd.

FOKWAARDE (FW)

ARTIKEL 6
Van alle bij het EASP goedgekeurde/erkende/aangewezen hengsten zal middels een strikte monitoring de fokwaarde (FW) worden bijgehouden en gepubliceerd op basis van de standaardbeoordelingscriteria van de gepresenteerde kinderen. De FW zal onderscheidelijk worden gemeten: 1. Veulens, een- en tweejarigen. 2. Drie jaar en oudere kinderen. Op basis van de fokwaarde-resultaten zullen de hengsten worden ingedeeld in de klassen: – FW I (zeer goede resultaten) – FW II (goede resultaten) – FW III (gemiddelde tot matige resultaten)

PRESTATIEWAARDE (PW)

ARTIKEL 7 Van alle bij het EASP goedgekeurde/erkende/aangewezen hengsten zal middels een strikte monitoring van de nakomelingen de prestatiewaarde (PW) worden bijgehouden en gepubliceerd op basis van de reguliere sportgegevens (eventueel aangevuld met buitenlanse sportprestaties) en onderscheidelijk worden gemeten: 1. Aantal nakomelingen in de sport. 2. Behaalde klasseringen (L,M,Z etc.) per discpline. Op basis van de prestatiewaarde-resultaten zullen de hengsten worden ingedeeld in de klassen: – PW I (zeer goede resultaten) – PW II (goede resultaten) – PW III (gemiddelde tot matige resultaten)
HENGSTENKEURINGSCOMMISSIE

ARTIKEL 8 1. De keuring van hengsten geschiedt door een commissie van tenminste drie en maximaal vijf personen waarvan de leden waaronder de voorzitter worden benoemd door het AB uit de in artikel 1d bedoelde juryleden. 2. De herkeuring van hengsten geschiedt door een commissie van tenminste drie en maximaal vijf personen waarvan de leden waaronder de voorzitter, worden benoemd door het AB uit de in artikel 1d bedoelde juryleden. 3. Indien een hengst ter keuring wordt aangeboden, die of is gefokt door een der leden van de keuringscommissie of in eigendom is van een der leden, dan wel van een familielid in de 1e graad zal het betreffende commissielid ter zake van de betrokken hengst reglementair worden vervangen. 4. Naast de dierenarts, die lid is of toegevoegd wordt aan de hengstenkeuringscommissie, kan het AB een of meerdere dierenartsen voor technische assistentie van de keuringscommissie aantrekken. Deze dierenartsen hebben in de keuringscommissie geen stemrecht. -5-

DOPINGKONTROLE

ARTIKEL 9 1. Hengsten die ongeoorloofde middelen hebben toegediend gekregen om de prestatie, prestatiemogelijkheden of prestatiebereidwilligheid te beinvloeden zijn van goedkeuring uitgesloten. 2. Het AB is bevoegd om steekproeven te houden.

BEROEP / HERKEURING

ARTIKEL 10 1. Binnen 7 dagen nadat de eigenaar is meegedeeld dat de hengst niet is goedgekeurd/erkend, kan de eigenaar schriftelijk een herkeuring aanvragen bij het stamboeksecretariaat. 2. De herkeuring zal uiterlijk binnen 12 weken, nadat de aanvrager het verzoek tot herkeuring heeft ingediend, worden gehouden.

NAKEURING

ARTIKEL 11 Het AB bepaalt waar en wanneer een nakeuring wordt gehouden. Aan een nakeuring kunnen hengsten deelnemen die voldoen aan: 1. Met een veterinair attest niet aan de Centrale Hengstenkeuring (CH) hebben kunnen deelnemen. 2. Door onvoorziene omstandigheden niet aan de CH hebben kunnen deelnemen. 3. Waarvoor het AB ontheffing heeft verleend. 4. Op het moment van de sluiting van de CH niet in Nederland verbleven.

HENGSTENVERRICHTINGSONDERZOEK

ARTIKEL 12 1. Alle goedgekeurde of erkende hengsten dienen een verrichtingsonderzoek te ondergaan. 2. Het verrichtingsonderzoek begint voor hengsten wanneer zij de leeftijd van vier jaar hebben bereikt en dient te zijn afgelegd voor zij de leeftijd van zeven jaar hebben bereikt. 3. Het verrichtingsonderzoek kan eenmaal worden herhaald. 4. Hengsten die elders een gelijkwaardig onderzoek met goed gevolg hebben afgelegd zijn vrijgesteld. . 5. Hengsten van zeven jaar en ouder die tenminste in één discipline de kwalificatie ZZ plus 5 hebben behaald of in twee disciplines Z+1 geklasseerd zijn vrijgesteld. Als disciplines gelden het springen; de dressuur; het mennen en de eventing zoals de KNHS deze kent. Voor hengsten welke uitkomen in de endurancesport geldt dat zij minimaal éénmaal moeten zijn uitgekomen in de klasse IV ( afstand groter dan 119 kilometer) 6. Arabische- , Engelse-, en Anglo-Arabische Volbloeds (ox, xx en x ) met ren- of militaryprestatie zulks ter beoordeling van de foktechnische commissie zijn eveneens vrijgesteld. 7. Hengsten die in een andere sportdiscipline een prestatie hebben behaald, kunnen op advies van de foktechnische commissie vrijgesteld worden. -6-

VERRICHTINGSELEMENTEN

ARTIKEL 13 Tijdens het verrichtingsonderzoek zullen de hengsten op de volgende onderdelen worden beoordeeld: 1. Dressuuraanleg met bijzonder aandacht voor de 3 basisgangen en de werklust/ souplesse onder de eigen ruiter en testruiters. 2. Springproef (standaardparcours) onder de testruiters en vrijspringen van niet meer dan drie opeenvolgende hindernissen. 3. Steeple over 2500m met 12 vaste hindernissen (klasse B): Tempo 400m/min.
Tijdsonderschrijdingen worden niet gescoord. 4. Konditietest. Afstandsproef over 39 km, (Tempo 5 (=12km/uur) rijtijd 195 min.met 3 veterinaire controles (start, midden, finish) met een pauze van 45 min. op de helft van de proef. Tijdsonderschrijdingen worden niet gescoord. De konditietest geldt als behaald wanneer de maximale rijtijd met een toleratie van plus 5 min. wordt gerealiseerd en wanneer er geen veterinaire uitsluiting of andere oorzaken voor disqualificatie aanwezig zijn. 5. Veterinair onderzoek: op alle verrichtingsonderdelen volgen veterinaire controles. De veterinaire resultaten worden met een eindcijfer tussen 0 en 10 weergegeven. 6. Innerlijke eigenschappen zoals karakter, temperament en werkwilligheid.

WAARDERING

ARTIKEL 14 1. De verschillende verrichtingsonderdelen worden, met uitzondering van de conditietest, als volgt gewaardeerd: BASISGANGEN Stap Jury 5 Draf Jury 5 Galop Jury 5 WERKLUST/SOUPLESSE Testruiters 20 SPRINGAANLEG Vrijspringen Jury 10 Parcoursspringen Testruiters 10 STEEPLE Jury 25 CONIDITIE Dierenarts 5 INNERLIJKE EIGENSCHAPPEN Karakter Dierenarts/Expert 5 Temperament Testruiters 5 Werkwilligheid Testruiters 5 2. LEEFTIJDSHANDICAP Ingeval van significante leeftijdsverschillen wordt een leeftijdshandicap bij de beoordeling toegepast.

VERRICHTINGSRESULTATEN

ARTIKEL 15 Het verrichtingsonderzoek geldt als voltooid wanneer tenminste een totaal gemiddelde scoring van 6 op de onderdelen (artikel 13 lid 1-3 en 5-6) wordt behaald en geen van de onderdelen lager dan een 5 scoort. Hengsten die het verrichtingsonderzoek niet hebben behaald of op grond van de veterinaire controles of wegens ziekte het onderzoek niet voltooien, worden van de -7- fokkerij uitgesloten. Het verrichtingsonderzoek kan eenmaal worden herhaald. In dat geval geldt het herhalingsonderzoek als eindresultaat. VERRICHTINGSCOMMISSIE ARTIKEL 16 De verrichtingscommissie wordt benoemd door het AB en bestaat uit: a. Drie juryleden b. Twee testruiters c. Een veterinair d. Een onafhankelijke en gekwalificeerde expert

PREDIKATEN

ARTIKEL 17 Aan goedgekeurde/erkende/aangewezen hengsten kunnen de volgende predikaten worden verleend: 1. Keurhengst Een hengst waarvan gebleken is dat hij goede eigen sportverrichtingen (Z-niveau en hoger) en op basis van de fokwaarde (FW II) goede verervingsresultaten levert. 2. Preferente hengst Een hengst waarvan de nakomelingen op basis van de fokwaarde (FW I) en prestatiewaarde (PW II) uitmunten in kwaliteit en verrichtingen. 3. Prestatie (sport) hengst Een hengst die in een der disciplines Z plus 5 (of elders gelijkwaardig) is geklasseerd of in twee disciplines M + 5. Als disciplines gelden het springen; de dressuur; het mennen en de eventing zoals de KNHS deze kent. . 4. Prestatie (fok) hengst Een hengst waarvan de nakomelingen op basis van de prestatiewaarde (PW I) uitmunten in de verschillende sportdisciplines. Alle behaalde predikaten worden bijgehouden op het stamboekbewijs van inschrijving en op de digitale stamkaart van de betrokken vader en moeder. ARTIKEL 18 Aan merries kunnen de volgende predikaten worden verleend: 1. Stermerrie Aan stamboek- en registermerries die met een 1e premie bekroond zijn en een gemiddelde scoring van 7 behalen, kan het Sterpredikaat worden verleend. 2. Keurmerrie Aan stermerries van vier jaar en ouder kan het Keurpredikaat worden verleend. – De betrokken merrie dient een veulen met een 1e premie (gem. scoring 7) te hebben voortgebracht. – Een IBOP (of elders een gelijkwaardige verrichting) met goed gevolg te hebben behaald of in de sport M-springen, M-dressuur of M-samengesteld te zijn geklasseerd. -8- 3. Preferente merrie Aan een stamboek- en registermerrie kan het Preferentpredikaat worden verleend. – Indien zij drie nakomelingen met het sterpredikaat heeft voortgebracht. – Een goedgekeurde hengst of keurmerrie telt voor 2 stermerries. 4. Prestatiemerrie Aan stamboek-en registermerries kan het Prestatiepredikaat worden verleend indien zij voldoet aan een van de volgende criteria. In een der discplines Z plus 1 (of elders gelijkwaardig) is geklasseerd of in twee disciplines M + 1. Als disciplines gelden het springen; de dressuur; het mennen en de eventing zoals de KNHS deze kent. – Startgerechtigd is in de Endurance klasse IV (> 120 km.). – Drie nakomelingen heeft die afzonderlijk aan een der bovengestelde eisen voldoen. Alle behaalde predikaten worden bijgehouden op het stamboekbewijs van inschrijving en op de digitale stamkaart van de betrokken vader en moeder. ARTIKEL 19 Aan ruinen kunnen de volgende predikaten worden verleend: 1. Sterruin
Aan stamboek- en registerruins die met 1e premie bekroond zijn en een gemiddelde scoring van 7 behalen, kan het Sterpredikaat worden verleend. 2. Prestatieruin Aan een stamboek- en registerruin kan het Prestatiepredikaat worden verleend indien hij voldoet aan een van de volgende criteria: – In een der disciplines Z plus 1 (of elders gelijkaardig) is geklasseerd in twee disciplines M + 1. Als disciplines gelden het springen; de dressuur; het mennen en de eventing zoals de KNHS deze kent. – Startgerechtigd is in de Endurance klasse IV (> 120 km.). Alle behaalde predikaten worden bijgehouden op het stamboekbewijs van inschrijving en op de digitale stamkaart van de betrokken vader en moeder. ARTIKEL 20 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het AB.